Allen die geloven zijn in Jezus en behouden

Dit raamwerk zegt niets over het behouden zijn of niet. De term die ik voor door wil nemen is het in Jezus zijn. Dit is een positie zonder gradatie, Galaten 3:25-28 Nu het geloof gekomen is… Ben t u 1 in Christus. 1 Kor 1:30 Uit Hem bent u in Christus Jezus 1kor3:1 Ik kon tegen u spreken als jonge kinderen in Christus. In Christus zijn is dus een term van behoudenheid. Dit gaat verder in Rom 8:1, 8:9 1kor 12:13 2 kor 5:17 Efeze 1:3-14. En wanneer Jezus spreekt in Johannes over het een worden van de gelovigen. Het lijkt dus duidelijk te zijn dat in Christus zijn, in Jezus zijn, gelijk staat aan geloven, nieuwe gelovigen zijn in Christus, en kennen daar binnen in gradaties van geestelijke volwassenheid. Hier gaan we het over hebben binnen dit raamwerk, over een groep binnen de behouden groep.

Binnen de gelovigen zit verschil in vervulling van Geest en loon

Hier wordt dus wel gelijk aangetoond dat binnen de gelovigen, er verschil zit, kleine kinderen tegenover mensen die geestlijk zijn. Niet iedereen die geloofd, is dus automatisch geestelijk, en deze geestelijke volwassenheid zijn we nodig om bepaalde dingen te doen of accepteren. 1 Kor 2:14-3:3 De natuurlijke mens neemt de dingen van God niet aan. Heb 5:11-14 U hebt weer iemand nodig die u onderwijst voor volwassenen is er vast voedsel. En we worden ook opgeroepen om te groeien in de Geest/volwassenheid. Efe 5:18 wordt vervuld met de Geest. De keren dat Petrus dit gebeurd in Handelingen en ook anderen hierop oproept om vervuld te raken met de Heilige Geest. 

Als we dan volwassen zijn geworden, komt er ook meer verantwoordelijkheid onze kant op. In Galaten 6:1 moet iemand die geestelijk is, degene herstellen die in een overtreding gevallen is. En in Romeinen 14:1-3 en 15:1 zijn het de sterken in het geloof die meer moeten verdragen en laten, tegenover hen die het niet aankunnen. Beide keren gaat het over gelovigen, maar er is verschil. In Johannes 15:1-8 zijn alle ranken “in Mij”, maar de ene draagt vrucht en de andere meer vrucht. Buiten dit zien we ook een verschillende mate van loon en positie. 2 Korinthe 5:10 vertelt ons dat wij allen voor de rechterstoel van Christus moeten verschijnen, opdat ieder ontvangt naar wat hij door het lichaam gedaan heeft, goed of kwaad. Paulus schrijft dit aan gelovigen en rekent zichzelf erbij. Het gaat hier dus niet over rechtvaardiging, want die hebben we uit genade ontvangen, los van de werken. Het gaat over wat er gebeurt met wat we als gelovigen gedaan hebben. Daarbij moeten we wel in gedachten houden dat het leven van een gelovige niet zonder verdrukking is. 2 Timotheüs 3:12: ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden. Of Jezus zelf in Johannes 16:33: in de wereld zul je verdrukking hebben, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. Verdrukking is voor een gelovige dus geen teken van Gods toorn, want juist wie godvruchtig leeft, krijgt ermee te maken. Maar dan blijft de vraag uit 2 Korinthe 5:10 staan: worden we, los van de redding die we uit genade van onze Heer ontvangen hebben, nog op een andere manier beloond naar onze werken?

De Bijbel praat namelijk veel meer over deze werken, en loon. 1 kor 3:10-15 Er kan alleen maar gebouwd worden op het fundament Christus, maar met verschillende materialen, de een ontvangt loon, en de ander leid schade, maar wordt wel behouden door het vuur heen. In 2 Petrus 1:10-11 worden degenen die des te meer beijveren, des te rijke toegang verleend. En Mattheus 5:19 spreekt van de minste in het koninkrijk der Hemelen. In Lukas 19:11-27 krijgen trouwe dienaren 10 en 5 steden, en Mattheus 13:23 100 60 en 30 voddige vrucht. Deze verzen zijn niet te verklaren als wel geen onderscheid is in gelovigen. En Jezus bevestigd die ook in Markus 10:40 waarin Hij niet ontkent dat er ereplaatsen bestaan, Hij zegt dat ze gegeven worden aan hen voor wie ze bereid zijn. Het bereiden van een plek is iets wat we ook weer terug zien in het huwelijks ritueel. Er zijn ook gelijkenissen die spreken van gelijke loon, maar ook deze passen prima in deze thesis. We krijgen namelijk allemaal ons standaard loon, we zijn allen gered door het geloof in het werk op het kruis door onze Heer Jezus Christus.

Tucht is geen boete

Want we verdienden allen de straf, maar deze heeft Hij op zich genomen, en door Hem zijn wij vrij gesproken. Dit is ook een belangrijk punt voor de tucht die we toch nog moeten ontvangen. Hebreeen 12:8 laat ons weten dat alle zonen deel hebben aan de tucht, en dat wie zonder tucht is, een onecht kind is. Het woord wat hier gebruikt wordt is paideia. In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, wordt dit woord gebruikt in bijvoorbeeld spreuken 3:11, bestraffen als vermaning, en Jesaja 53:5, de straf die ons vrede aanbrengt. De vergeldende straf voor de zonde is gedragen, wat de gelovige ontvangt is opvoeding, zodat wij volwassen mogen worden en deel krijgen aan Zijn Heiligheid. Zodat we niet met de wereld beoordeeld worden 1 kor 11:32, het dient tot behoud. Heb 12:10 Hij doet het ons tot nut. Alle zuiveringstref verdrukking of vuur waar we doorheen moeten, is geen boete, maar zuivering die tot heiliging moet leiden. Dit is dan ook een groot verschil met bijvoorbeeld het katholieke vagevuur, waar het bovenop heiliging ook boete/penance is voor tijdelijke straffen/zonde.

Dus allen die geloven zijn in Christus, allen in Christus zijn behouden, maar binnen Christus kennen we gelovigen die doordat ze al meer of minder gelouterd of getucht zijn, hierdoor meer of minder volwassen zijn in het geloof, en als gevolg hiervan een andere status ontvangen in het Koninkrijk van God, en meer of minder tuchtig nodig zijn wanneer de Dag van de Heere aangebroken is. In 1 Kor 11 maakt Paulus onderscheid tussen wie zichzelf beoordeelt en wie door de Heer beoordeeld moet worden. Dat laat zien dat gehoorzaamheid aan Gods correctie, invloed heeft op het ondergaan van het oordeel.

De bruid zijn de getuchten die gereed waren

Hoe kunnen we dan iemand herkennen, in de Bijbel, die geheiligd is? De Bijbel drukt dit dikwijls uit met het witte gewaad. In Openbaring 19:7-8 De bruiloft waar de bruid zicht kleed in het fijne linnen wat haar gegeven is. De vrouw van het Lam heeft zicht gereed gemaakt in een blinkend kleed dat de gerechtigheden van de heiligen zijn. Dit krijgt ze van de Bruidegom. Zoals in Efeze 2:10 de goede werken voorbereid zijn en in Fillipenzen God het willen en werken werkt. Mar zoals in Efeze je dan nog wel de voorbereide werken zelf moet uitvoeren,, en in finllipenzen de gelovigen hun behoud uit moeten werken in angst en beven, moet de bruid haar gegeven kleed nog wel aantrekken en schoon houden. Het woord voor de rechtvaardige daden is ook dikaitomata, en niet dikaisyne. Het is rechtvaardiging zoals in Openbaring 15:4 waar God’s rechtvaardige daden openbaar geworden zijn en niet zoals in Romeinen 3:21-22 waar het gaat over een staat van gerechtigheid.

Het smetteloze kleed is iets waar de Bijbel ook dikwijls over waarschuwt of mensen over bemoedigd. Enige personen in Sardis in Openbaringen 3:4-5 die het hebben. Judas die waarschuwt over het kleed dat met het vlees bevlekt is. Of Paulus die ons als een reine maagd wil voorstellen in 2 Korinthe 11:2, waar hij het misschien wel tegen alle gelovigen heeft, dat hij wenst deze voor te stellen, maar hij geeft zelf aan dat hij bang is dat het niet gaat lukken, degenen die het wel gaat lukken, die bij zijn oproep blijven, zijn de bruid, dit zien we ook terug in Kol 1:29. 2 Petrus 3:14, Beijver U om door Hem zonder vlek en onberispelijk bevonden te worden. De eigenschappen waarmee de bruid wordt voorgesteld zijn eigenschappen om naar te streven, en dus niet iedere gelovige zo maar bezit. En de hoop is de beweegreden om onszelf te reinigen 1 Joh 3:3. De bruid is degenen die hun bruikleen onbevlekt hebben op de grote dag, al dan niet door reiniging in het leven. 

Ook moet de bruid gereed zijn voor wanneer de Bruidegom komt (hetoimos) Mat 24:44 Hij komt op een moment waarop we het niet denken. Want als we niet gereed zijn, zal de deur gesloten zijn zoals die was voor de maagden die hun lamp niet gevuld hadden Matt 25:10. De maagden die hun olievaten gevuld moeten hebben, waar olie in de Schrift vaak een aanduiding is voor de Geest, 1 sam 16:13, Jes 61:1 Hand 10:38 1 Joh 2:20. Hierdoor raakt dit de geestelijke volwassenheid door vulling met de Heilige Geest. Ook is de formulering anders dan de andere gelijkenissen die hiervoor gaan, waar het eindigt met de buitenste duisternis, geween of tandengeknars, hier gaat de deur dicht, meer niet. De gereedheid die hier gebruikt wordt, hetoimos wordt ook in Openbaring 19:7 gebruikt. De Bruid zijn dus mensen die aan Jezus zijn voorgesteld, en daarin dan de mensen die gereed zijn, die trouw zijn gebleven en hebben volhard en onbevlekt op de dag van Zijn komst.

De grote verdrukking dient als tuchting

De gereedheid wordt ook in relatie gebracht met de grote verdrukking. Jezus waarschuwt ons om ten alle tijden te waken en bidden opdat we waardig zijn om aan dit alles te ontkomen, op de grote dag. Luk 21:34-36. Dit verteld ons dan ook 2 dingen, ten eerste, het is mogelijk om aan de grote verdrukken te ontkomen, en ten tweede, dit ontkomen is niet iets wat automatisch gebeurd als je in Jezus bent. Als alle gelovigen de grote verdrukking zouden ontkomen, was er geen reden geweest om hiervoor te waken en bidden.

De grote verdrukking heeft 3 doelen zo lijkt dan. Allereerst het terugbrengen van de Joden. Deut 4:30 Wanneer je in benauwdheid bent en dit alles treft je in het laatste der dagen, dan zul je terugkeren naar de Heere. Jeremia noemt het in 30:7 de benauwdheid van Jakob, en Hosea zegt dat God zich voor hun terugtrekt zodat ze Hem in hun benauwdheid zoeken en schuld bekennen. Het 2e doel van de verdrukking is het mogelijk maken van bekering van de volken. Wanneer Gods oordelen op de aarde zijn, leren de volken gerechtigheid Jesaja 26:9. En tijdens de grote verdrukking, midden tijdens de oordelen wordt het evangelie verkondigd door de engel. En dat er bij de bazuinen en schalen staat dat de mensen zich niet bekeerden geeft aan dat dit wel mogelijk en of de bedoeling was.

Het 3e doel van de grote verdrukking, en voor ons de meest interessante is de groep levende gelovigen die niet gereed zijn, gereed maken, of in ieder geval de kans geven om zichzelf gereed te maken. 1 Petrus 4:12 spreekt tot de vuurproef die tot beproeving dient. Maleachi beschrijft dat de Heer bij Zijn komst als een vuur van een louteraar komt. Daniel 11:35 dat sommigen zullen struikelen om onder hen te louteren, zuiveren en wit te maken. Dit is de tucht die geen boete is, maar de vreedzame vrucht van gerechtigheid brengt van Heb 12:11. Zach 13:9 Ik zal het derde deel door het vuur brengen en hen louteren. Na de grote verdrukking worden deze verzameld zoals Mat 24:29-31, Markus 13:24-27 en Op 14:14-16 zegt, Hij zal de oogst van de verdrukking ophalen. En we zien dan ook in Openbaring 7:14 mensen met witte gewaden die uit de grote verdrukking gekomen zijn. Dezen zijn gelouterd/geheiligd door de grote verdrukking, terwijl ze voorheen niet gereed waren.

De bruid gaat niet de verdrukking in

Dit maakt dan ook gelijk duidelijk waarom de bruid niet in de verdrukking gaat. Als deze groep al gelouterd is, omdat ze trouw zijn, hierdoor al vervolging of heiliging hebben meegemaakt, vol zijn van de Geest, en hun kledij onbevlekt hebben. Zijn deze de grote verdrukking niet nodig om zich in te louteren. Ze hebben de tucht al ontvangen en geaccepteerd voordat de dag van de Heere aanbrak. Hierin bedoel ik niet perse te zeggen at dezen volmaakt zijn, dat is er maar EEN. Het is een geestelijke volwassenheid die blijkt uit een volledige bereidzaamheid Jezus te gehoorzamen, zich laten corrigeren en in het ontvangen geloof volharden. En zijn met hem opgenomen toen Christus terug kwam voor de eerste keer. En we zien ook dat dit mogelijk is. 

In de brieven aan de gemeenten in Openbaring zien we een vergelijking tussen Filadelfia en Laodicea. Filadelfia heeft het woord van de volharding bewaard, en daarom zal Jezus haar bewaren uit het uur van de verzoeking dat over de hele wereld zal komen Op 3:10. Tegen Laodicea wordt gezegd: allen die Ik liefheb, bestraf en tuchtig Ik, wees dan ijverig en bekeer u Op 3:19. De ene krijgt een beloning voor haar reactie op God, en haar volharding wordt verbonden met bewaring. De andere wordt bestraft en getuchtigd omdat de bekering uitblijft. Het woord voor tuchtigen is hier hetzelfde als in Hebreeën 12 (paideuo), en ook Laodicea is een gemeente die Hij liefheeft. Het is opvoeding, geen toorn.

De bruid wordt daarom weggenomen zoals Henoch: hij wandelde met God, en God nam hem weg voor de vloed. Hebreeën 11:5 zegt dat hij voor zijn wegneming het getuigenis had dat hij God welgevallig was. Noach is het beeld van de andere groep. Hij was ook rechtvaardig, maar werd niet weggenomen; hij werd met zijn familie door het oordeel heen bewaard. Jezus gebruikt de dagen van Noach ook als beeld van zijn komst Luk 17:26-27. Zo worden de gelovigen die niet gereed zijn, door de verdrukking heen bewaard en gelouterd. Lot is een aanvullend beeld: hij werd behouden uit een verdorven stad, en 2 Petrus 2:6-9 trekt daaruit de les dat de Heer de godvrezenden uit de verzoeking weet te verlossen. Jezus haalt daarbij de vrouw van Lot aan, die bij de geredden hoorde, maar omkeek Luk 17:28-33.

De Bruid is dan ook de overwinnaar, die eten van de boom des levens, niet beschadigd worden door de 2e dood, verborgen manna en een witte steen, macht over de volken, met een ijzeren staf, witte kleding, een pilaar in de tempel en met Jezus op de troon. De Bruid zijn de eerstelingen van God, Lev 23:9-22, opgekomen van hetzelfde gewas, hetzelfde soort, maar wordt als eerste bij de Heere gebracht. Hetgeen wat aan de Heere geofferd werd moest ook zonder blaam zijn, lev 22:19-21. Het woord amomoi, onberispelijk, is hetzelfde als wat in Efeze voor de bruid wordt gebruikt in 5:27. Zij zijn het die behoren tot de 144.000 van Op 14 die het Lam volgen waar het ook heengaat. Gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. Jakobus noemt de gelovigen de eerstelingen van Gods schepselen. Het heeft het eerstgeboren recht ontvangen, om het niet te vergooien als Ezau. Heb 12:5-16 22-24. Allen zonen ontvangen tucht, maar wees niet als Ezau die zijn eerstgeborenrecht verkocht. Hij bleef kind van Izaak, maar verloor het recht van de eerstgeborene. Of Ruben die werd overtroffen door Jozef, maar nog wel 1 van de 12 stammen bleef. Het feit dat in Heb vers 12:23 wordt voorgegaan door de waarschuwing van het eerstgeboorterecht wekt de indruk dat het niet zo maar om alle gelovigen gaat, het zijn de eerstelingen van de oogst.

De doden in Christus

Dan blijven nog wel ook de doden in Christus over. Bij hun zullen dezelfde categorieën gelden als de levenden. Als er levenden zijn die geen verdrukking nodig zijn, moeten dezen er ook zijn onder de doden. En als er levenden zijn die loutering nodig zijn voordat ze bij God kunnen komen, moeten deze er ook zijn onder de doden. 2 Korinthe 5:10 zegt dat ieder ontvangt naar wat hij door het lichaam gedaan heeft. De doden die in de Heer sterven, rusten van hun arbeid, en hun werken zullen met hen meegaan Op 14:13. Alle doden die in Christus zijn, dus de gelovigen, zullen opstaan bij zijn komst, en opgenomen worden. Het onderscheid onder de gestorvenen ligt dus niet in het moment van opstanding, maar in wat er bij de rechterstoel gebeurt. Maar ook voor dezen, zal het voor van de Dag het werk beproeven. Als het werk blijft, ontvangt hij loon, als het verbrand zal hij schade lijden, maar hij zal behouden worden, zo echter als door vuur heen. Het woord voor schade is Zemioo, wat schade is of beboet worden, er gaat iets verloren. 1 Kor 4:5 voegt hier bij toe dat de Heer bij zijn komst het verborgene aan het licht brengt. 1 Johannes 2:28 spreekt over beschaamd staan voor Hem bij zijn komst, het voor van de Dag is ook de schaamte van wie ziet wat verbrandt.

Hiermee wil ik dit niet gelijk trekken aan het katholieke vagevuur. Er is geen plek waar de doden verblijven om gezuiverd te worden, tussen dood en opstanding zijn de doden in Christus bij de Heer en rusten ze 2 Kor 5:8, Fil 1:23, Luk 23:43 Op 14:13. Er is geen duur, want de loutering hoort bij de Dag. Er is ook geen openstaande straf die voldaan moet worden, deze is betaald op het kruis. Het is zuivering naar heiligheid. Het maakt ons schoon en heilig voor God. Dit gebeurd in de tijd tegelijkertijd wanneer de levenden op aarde ook gelouterd worden in de verdrukking. Het hoort bij de opstanding van de rechtvaardigen Luk 14:14, de kroon wordt gegeven op die dag 2 Tim 4:8. In Op 19:7-8 is de bruid al bekleed met de rechtvaardige daden van de heiligen, voor Christus’ verschijning in 19:11. Dan heeft de beoordeling van die daden al plaatsgevonden. Deze beide groepen, de doden en levenden die gelouterd moeten worden, zijn behouden, maar behoren niet tot de bruid, maar zijn op de bruiloft als genodigden Op19:9.

Ruimte voor de bezwaren van pre-trib en post-trib

Tot slot wil ik stilstaan bij het debat tussen pre-trib en post-trib. Beide posities hebben teksten die ze sterk maken en teksten die ze moeizaam moeten uitleggen. Wat opvalt, is dat deze uitleg de sterke teksten van beide kanten kan laten staan zoals ze er staan.De pre-trib positie wijst erop dat gelovigen niet bestemd zijn voor de toorn 1 Tess 1:10 5:9, dat Jezus bewaring uit het uur van de verzoeking belooft Op 3:10, dat we kunnen ontkomen aan wat komt Luk 21:36, en dat Hij komt op een uur dat we het niet verwachten Mat 24:44. Als eerst de verdrukking moet komen, met tekenen die je kunt zien en dagen die je kunt tellen, is het moeilijk om nog van een onverwachte komst te spreken. De partial-pre-trib uitleg erkent dat allemaal: de bruid wordt weggenomen voordat het uur komt, en dat kan elk moment gebeuren. Daarom moeten we waken.

De post-trib positie wijst erop dat de uitverkorenen direct na de verdrukking verzameld worden Mat 24:29-31, dat er heiligen zijn tijdens de verdrukking Op 7:14 12:17 13:7 20:4 en dat verdrukking aan gelovigen beloofd is Joh 16:33 Hand 14:22 2 Tim 3:12. Pre-trib moet die heiligen uitleggen als mensen die pas na de opname tot geloof komen, en de uitverkorenen van Mattheüs 24 als Israël. De partial-pre-trib uitleg hoeft dat niet: er zijn gelovigen in de verdrukking, en zij worden aan het einde verzameld. Ook het verwijt dat pre-trib tot gemakzucht leidt, valt weg, want ontkomen is hier verbonden aan trouw en gereedheid. Wat beide kanten bij elkaar brengt, is het onderscheid tussen toorn (orge) en verdrukking (thlipsis). Geen gelovige ondergaat Gods toorn, maar verdrukking kan voor gelovigen tucht zijn die tot heiliging leidt.