Onlangs zag ik een bericht langskomen van een update die er aan zit te komen van de Nestle-Aland critical edition, versie 29 (NA29), een wijziging die ook al aanwezig was in de laatste editie van de United Bible Societies' Greek New Testament 6th edition (UBS6), dat Openbaring 21:6 wordt gewijzigd van Ik ben de Alpha en de Omega, naar Ik ben de Alpha en de Omega geworden. Dit terwijl de teksten in 1:8 en 22:13 nog wel gewoon blijven zeggen, Ik ben de Alpha en Omega.
Dit is een vrij grote wijziging. Het zijn van de Alpha en de Omega betekend dat je God bent, Hij alleen draagt deze titel. Het worden van Alpha en Omega is dan ook iets wat eigenlijk niet zou kunnen. De Bijbel verteld ons dat God degene is die alles gemaakt heeft wat gemaakt is, en dat er naast Hem niemand anders was. Jesaja 44:24. Ook verteld de Bijbel ons dat God niet veranderd. Maleachi 3:6, of in het nieuwe testament Jakobus 1:17. Ook wordt dit doorgetrokken op Jezus zelf in Hebreeen 13:8 Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. Het is dus niet mogelijk om Alpha en Omega te worden, je bent het of je bent het niet.
Waarom wordt dan toch voor deze versie van de krisitische text gekozen? De Sinaitische text, en bepaalde manuscripten in de Byzantische traditie, lijken een lezing te bevatten die gelezen kan worden op deze manier. Hier staat het woord γίνομαι en deze kan gelezen worden als worden, gebeuren, of klaar/geklaard. En omdat dit dan kan, hebben ze er op gestemt wat ze vinden dat de tekst moet zeggen en zijn hier op gekomen.
Echter geeft dit voor mij wel een groot probleem bloot in de methodiek van de tekstkritische methode. Deze zou er op uit moeten zijn, om zo getrouw mogelijk, de originele handschriften te reconstrueren, om zo dicht mogelijk bij de originele tekst te komen. Nu is er binnen allerlei tradidities verschillende opvattingen over hoe de Bijbel Jezus neerzet. Maar binnen Openbaring is het duidelijk dat de schrijver (Johannes) overbrengt dat Jezus God is. Op veel verschillende plekken wordt Hij gelijk gesteld aan, gezeteld op de Troon, aanbeden zonder weerwoord, en er staan 3 vermeldingen in dat Hij de Alfa en Omega is, het is het duidelijkste boek als het gaat om Jezus zijn status als God.
Hoe waarschijnlijk is het dan, als we het handschrift willen herstellen, dat de schrijver van het boek, tot 2 maal toe Alfa en de Omega al toeschrijft aan Jezus, Jezus zelf aanbid, anderen Jezus ziet aanbidden, Jezus op de Troon ziet zitten, dan in 21:6 zegt dat Jezus daar zegt dat Hij de Alfa en Omega geworden is? Iets wat volgens de Bijbel verder niet eens zou kunnen, de Bijbel waar Johannes bekend mee was en in geloofde. De context en logica van het Boek Openbaring, waar het vers zich in bevindt, maakt deze lezing vrijwel onmogelijk. Maar door grammatische analyse van de ECM onderzoekers, die ze volledig los stellen van de rest van de context, en ook tegen de meerderheid van de vroege manuscripten in gaat, Alexandrinus heeft het niet, Vaticanus heeft het niet, en de meerderheid van Byzantium heeft het niet, ondanks dat allen, vinden ze het toch nodig om dit vers te veranderen naar iets wat in de context niet mogelijk is.
Wat trouwens wel mogelijk zou zijn is dat de lezing van de zin zou moeten zijn het is nu bewezen dat Ik de Alfa en de Omega ben. het Koine woord wat gebruikt wordt, kan in de perfecte staat prima bewijzen betekenen, of zelfs gewoon Ik ben. Beiden zijn lezingen die in de context, en levenswereld van de schrijver, veel logischer en gepaster waren geweest.
Het lijkt er dan ook op dat de tekstkritische studie een kant op aan het gaan is, waar het steeds meer in zijn eigen ontwikkelingen is gaan geloven, en waar ze steeds meer los komen te staan van de originele intent van het woord. Betekenissen lijken steeds te verschuiven, vaak ook in een richting die de Godheid van Jezus afzwakt, zo zien we ook veelal de discussie over Johannes 1:1 dat hier zou staan en het Woord was goddelijk, in plaats van het Woord was God(De God van Israel). Elke keer is het een mogelijke grammatische lezing die wordt bepaald door regels die door de tekstkritische leer zelf zijn opgesteld, die verder binnen de context van de Bijbel niet logsich zouden zijn. Want ook bij Johannes 1:1 loop je tegen het probleem aan dat in vers 3 wijst creatie aan het Woord toe, en vers 10 zegt dat alles wat gemaakt is, door het Woord gemaakt is. Dus ook hier kom je weer in de knoop met Jesaja 44, als je wilt claimen dat vers 1 zegt dat Jezus goddelijk is, ipv God. Hij kan niet onderdeel zijn van creatie, of een andere god, als hij gecreeerd heeft. Er is maar 1 die gecreerd heeft, en dat is de Heer, de God van Israel, en er was niemand naast Hem, en geen god na Hem. Dus als de Bijbel ons zegt dat Jezus alles gemaakt heeft, is er maar 1 mogelijkheid over.
Ik vraag me dan ook wel eens af, in hoeverre eventuele anti Christelijke bias hierin meespeelt. Of de onderzoekers van deze teksten misschien juist willen, en het doel hebben, om het te doen lijken alsof Jezus geen of minder God is. En dat we over de jaren heen, de teksten steeds een beetje meer die kant op schuiven, dat de regels van hoe wij Grieks vertalen steeds een beetje meer resulteren in dat verzen op een andere manier vertaald moeten gaan worden. En ook wil ik hier dan een vraag stellen. In hoeverre moeten wij toelaten hoe "wetenschap" die verder God niet kent, geen interesse heeft in God te dienen, en misschien er wel tegen is, ons verteld hoe wij ons Boek moeten vertalen? Ons verteld wat de woorden in ons Boek betekend?
Misschien dat het tijd wordt om het Woord weer in eigen hand te nemen, en de meningen van de wereld achter ons te laten.

Er zijn nog geen reacties. Deel gerust een gedachte.